a) Wet en Regelgeving
Wet publieke gezondheid (ingangsdatum 9 oktober 2008) / memorie van toelichting. Voor meer informatie kijk ook op de website van het RIVM/CIb
- Samenvoeging van 3 wetten in één, nl de Wet collectieve preventie volksgezondheid, de Infectieziektewet en de Quarantainewet, die de taken en bevoegdheden op het gebied van infectieziektebestrijding vastlegt. De Wet PG regelt o.a. dat er voldoende voorzieningen komen om infectieziekten snel op te kunnen sporen en te bestrijden, de bevoegdheden van de burgemeester zijn uitgebreid en de minister van VWS krijgt meer bevoegdheden t.a.v. verantwoordelijke burgemeesters.
- Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering infectieziekten bestrijding
- Minister stuurt op landelijk niveau burgermeesters aan om uniformiteit in preventie of infectieziekte bestrijding te garanderen in bepaalde noodsituaties. Hierbij gaat het mn om zeer ernstige infectieziekten of aanbevelingen van de WHO.
Via diverse wet- en regelgeving zijn diverse patiëntenrechten vastgelegd. Een belangirjke is: de wet op geneeskundige behandelingsovereenkomst: (Wgbo).
Deze wet regelt de relatie tussen patiënt en hulpverlener. Wanneer een patiënt de hulp van een zorgverlener inroept, ontstaat een geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen hen.
Zorgverzekeringswet (ZVW)
Via deze wet moet iedereen ouder dan 18 jaar verplicht een wettelijk vastgestelde basisverzekering afsluiten met een verplicht eigen risico. Kinderen tot 18 jaar zijn gratis meeverzekerd. Iedere verzekeraar moet klanten die een basispakket willen afsluiten accepteren. Je kunt zelf kiezen of je ook een aanvullende verzekering wilt afsluiten. Deze pakketten verschillen per verzekeraar, net als de hoogte van de premie. Voor de aanvullende verzekering is de verzekeraar niet verplicht je te accepteren.
Het verplicht eigen risico geldt niet voor huisartsenzorg, verloskundige zorg, kraamzorg en tandheelkundige zorg voor jongeren tot 22 jaar. Daarnaast kunnen bepaalde groepen chronisch zieken een financiële compensatie krijgen
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Deze wet zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met beperkingen door ouderdom of handicap, een chronisch psychisch probleem, maar ook om vrijwilligers en mantelzorgers. De wet wordt uitgevoerd door gemeenten. Zij bieden toegang tot hulp en voorzieningen waarbij iedere gemeente een ander accent kan leggen.
Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ)
De AWBZ is een volksverzekering voor ziektekosten. En wel die medische kosten die niet onder de zorgverzekering vallen (en dus niet door de zorgverzekering gedekt worden) en die door bijna niemand op te brengen zijn. Iedereen die in Nederland woont of werkt is verplicht verzekerd voor de AWBZ.
Wet tegemoetkoming ziektekosten chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)
Regeling voor tegemoetkoming in ziektekosten van chronisch zieken, ouderen en arbeidsongeschikten.
Wet gelijke behandeling chronische zieken (WGBH/CZ)
Wet ter bevordering van de deelneming op gelijke voet aan het maatschappelijke leven en bescherming te bieden tegen discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte.
CVZ regeling: zorg aan onverzekerbare vreemdelingen Vreemdelingen zonder verblijfsvergunning (illegalen) kunnen geen zorgverzekering afsluiten. Toch kan medische hulp soms nodig zijn en moet deze worden verleend. Illegalen moeten dan zelf de kosten betalen. Is dit niet mogelijk, dan kan de zorgaanbieder onder voorwaarden aanspraak maken op een vergoeding van oninbare kosten bij het CVZ. Zie ook het rapport van Soa Aids Nederland Toegang tot hiv- en soa-zorg voor onverzekerbare vreemdelingen in Nederland.
Opvangregeling ex asielzoekers Mensen hangende en aanvraag op medische gronden met een asielzoekersverleden hebben recht op opvang.
b) Beleid [C3b]
Infectieziektebeleid
De aanpak van soa en hiv maakt onderdeel uit van de preventienota van het infectieziekten beleid van de rijksoverheid.
Gezondheidsbeleid
De verhouding tussen landelijke en lokale overheid vastgelegd in een vierjarige preventiecyclus. De Rijksoverheid stelt prioriteiten en zet kaders waarbinnen gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van lokaal beleid. De cyclus begint met een publicatie van een volksgezondheid toekomstverkenning (VTV) door het RIVM, die een beeld geeft van de gezondheid in Nederland.
Landelijk
Op basis daarvan stelt het Ministerie van VWS de landelijke speerpunten vast in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid* (voorheen Preventienota). Die is richtinggevend en stimulerend voor lokale nota’s gezondheid. De meest recente nota heeft als titel Gezondheid Dichtbij en schetst de contouren voor het gezondheidsbeleid voor 2011-2015. Dit heeft gevolgen voor het werk van de organisaties die zich bezighouden met seksuele gezondheid. Reden voor Soa Aids Nederland en Rutgers Wpf om de balans op te maken. Lees het gezamenlijke standpunt van Soa Aids Nederland en Rutgers Wpf.
Gemeentelijk
Gemeenten zijn wettelijk verplicht eens in de vier jaar een nota lokaal gezondheidsbeleid op te stellen. Zij worden daarin ondersteund door een Handreiking Gezonde Gemeente, met sinds 2010 een themadeel over seksuele gezondheid. De inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) controleert aan de hand van indicatoren in hoeverre de doelen van die nota’s zijn gerealiseerd en rapporteert daarover in een Staat van de gezondheidszorg. Met bevindingen van IGZ en RIVM kan de cyclus weer een volgende fase ingaan.
Kwaliteitsbeleid
Zorgverleners dienen aan kwaliteitseisen te voldoen. Het BIG register geeft duidelijkheid over de bevoegdheid van een zorgverlener. BIG staat voor beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) Deze stichting stellen kwaliteitsnormen op voor een groot aantal branches in Zorg en Welzijn. Dat doen wij samen met een groot aantal deskundigen vanuit zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en zorgaanbieders die daarvoor input leveren.
c) Ivm Nederlandse Antillen
Caribische deel van het koninkrijk. Sinds 10 oktober 2010 bestaan de Nederlandse Antillen niet meer. Curaçao en Sint Maarten zijn vanaf deze datum zelfstandige landen binnen het Nederlandse koninkrijk, net als Aruba. Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn voortaan bijzondere gemeenten van Nederland. Dit is vastgelegd in het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.