Menselijk gedrag is complex en ook de interactie tussen het individu en diens omgeving is complex. Daarom is het niet te verwachten dat met één interventie op korte termijn een 100% niveau aan veilig vrijen kan worden behaald.
Zicht op de complexiteit
Om effectief te zijn hakt de preventie het gedrag in concrete subgedragingen en richt het zich vervolgens op de determinanten van deze gedragingen. Preventie richt zich dus op de determinanten van gedrag. Gedragsonderzoek toont aan dat gedrag niet tot stand komt door één enkele determinant maar een verzameling van determinanten. Bekende voorbeelden van die determinanten zijn: kennis, houding en vaardigheden. Minder bekend zijn: de mate waarin men zichzelf in staat acht het gedrag uit te voeren (zelf effectiviteit) en het beeld wat men heeft van wat belangrijke anderen in de omgeving doen (subjectieve norm). Deze determinanten leiden tot een intentie tot veilig vrijen. Die intentie staat niet voor altijd vast, maar staat onder invloed van wisselende omstandigheden. Hierdoor kan de balans van voor- en nadelen omslaan naar onveilig vrijen. Alcohol en druggebruik, maar ook verliefdheid of depressie maken het in de praktijk vaak lastig tot een verstandige balans te komen.
Ecologische benadering
Moderne gezondheidsbevordering erkent dat het individu niet in een vacuüm leeft maar onder sterke invloed van impulsen uit de omgeving; dit wordt ook wel een ecologische benadering genoemd. Regeringen bepalen hoe belangrijk zij soa- en hiv-bestrijding vinden en daarmee in welke mate individuen worden blootgesteld aan preventie, wethouders bepalen welke eisen zij stellen aan locaties waar seks plaats vindt, religieuze leiders bepalen of zij condoomgebruik promoten, docenten bepalen of en hoe ze het effectieve lespakket over veilig vrijen inzetten in hun klas, ouders proberen te bepalen dat hun kinderen het veilig doen en partners proberen een balans te vinden tussen de zorg voor zichzelf en de zorg voor de ander. Individuen zijn geen willoos slachtoffer van hun omgeving, zij maken er actief deel van uit en hebben ook een bepaalde beslissingsmacht waarmee zij de eigen omgeving kunnen veranderen. Ouders kunnen van de docent eisen dat hij voorlichting geeft. Bepaalde groepen hebben echter weinig of geen mogelijkheden om hun omgeving te beïnvloeden en zijn daardoor extra kwetsbaar.
Samenhangende mix aan interventies
Voor de meeste individuen en populaties zullen er meerdere determinanten tegelijk spelen die bepalen of er wel of niet veilig wordt gevreeën. Het is daarom niet te verwachten dat een enkele interventie er in slaagt een blijvende impact te hebben op gedrag. Een samenhangende mix aan preventieve interventies die de verschillende determinanten aanspreekt heeft meer kans op een blijvend effect. In zo’n mix zitten dan interventies die:
- mensen aanspreken en ondersteunen op verschillende gedragingen en de determinanten daarvan
- mensen aanspreken en ondersteunen op de wisselende omstandigheden waarin zij het het gewenste gedrag moeten realiseren
- mensen aanspreken en ondersteunen op de verschillende niveaus waarop zij leven: interpersoonlijk, in een groep, in organisaties, in gemeenschappen, in wijken, in steden, in regio’s en landelijk.