Soa en hiv treffen niet alle Nederlandse burgers in gelijke mate. Tussen bevolkingsgroepen zijn er grote verschillen in infectiegraad, risicogedrag en leefstijlpatronen, maar ook in de mate van keuzevrijheid die door omstandigheden worden bepaald. Gebaseerd op de surveillance van soa en hiv-infecties en op onderzoek naar risicogedrag, kunnen een aantal belangrijke doelgroepen worden aangewezen. Hieronder worden de belangrijkste doelgroepen voor de preventie van soa en hiv benoemd. Ook worden een paar aandachtspunten toegelicht.
Belangrijkste doelgroepen
Algemeen publiek: zij lopen onder andere risico door haar/hun eigen gedrag en dat van de partner, of zij zijn partner van iemand uit een van de onderstaande groepen.
Mannen die seks hebben met mannen (MSM): onder deze doelgroep bestaat een hoge hiv en soa prevalentie, bij een deel van de doelgroep is er risicogedrag, kwetsbaarheden bij coming in en verwerven plaats in homo-scene, invloed alcohol en druggebruik, invloed internetgebruik op risicogedrag, risico’s bij negotiated safety in vaste relaties, ondersteuning van veilig vrijen niet altijd in homo-(seks)-scene ingebouwd.
Voor meer informatie over deze doelgroep, neem contact op met het landelijk programma soa en hiv preventie homomannen: Schorer.
Jongeren: onder andere zijn er kwetsbaarheden bij relationele en seksuele ontwikkeling, risico’s bij eerste keer, risico’s bij seriële monogamie, barričres bij condoom kopen en gebruiken, invloed alcohol en druggebruik.
Voor meer informatie over deze doelgroep, neem contact op met het landelijk programma soa en hiv preventie jongeren: Soa Aids Nederland.
Etnische minderheden: bij afkomst uit een soa- en/of hiv-endemisch gebied bestaat er een hogere soa en/of hiv prevalentie, bij sommige groepen meerdere en gelijktijdige seksuele partners, kwetsbaarheden door sociaal economische situatie of onzekerheden rondom verblijfsstatus, invloed van religie en traditie op bevordering veilig gedrag.
Voor meer informatie over deze doelgroep, neem contact op met het landelijk programma soa en hiv preventie etnische minderheden: Soa Aids Nederland.
Prostitutie: onder andere is er een hoog condoomgebruik onder prostituees maar gebeuren er ook veel condoom ongelukken, risico’s bij weglaten condoomgebruik bij niet commerciële partners, risico’s bij slechte onderhandelingspositie met klanten, prostituanten lastig bereikbaar voor voorlichting, ondersteuning veilig vrijen niet altijd in prostitutiebedrijven aanwezig.
Voor meer informatie over deze doelgroep, neem contact op met het landelijk programma soa en hiv preventie prostitutie: Soa Aids Nederland.
Druggebruikers: onder andere zijn er risico’s door intraveneus druggebruik, combinatie druggebruik en prostitutie, onvoldoende bescherming bij seksuele contacten, ook ontremmende invloed van niet intraveneus druggebruik op seksueel gedrag.
Voor meer informatie over deze doelgroep, neem contact op met het landelijk programma infectieziekten druggebruikers: Stichting Mainline.
Mensen met hiv of een andere chronische soa: relatief veel soa onder homomannen met hiv, belasting seksuele gezondheid en beschermingsgedrag door de hiv-infectie en medicatie.
Voor meer informatie over de doelgroep mensen met hiv, neem contact op met het landelijke programma preventie gericht op mensen met hiv: Hiv Vereniging Nederland.
Onderscheid risicogroep en risicogedrag
Het is belangrijk om het onderscheid tussen risicogedrag en risicogroep te blijven maken: niet alle leden van een risicogroep vertonen daadwerkelijk risicogedrag. Daarnaast komt er risicogedrag voor onder groepen die voor dat gedrag niet als risicogroep zijn aangemerkt. Een illustratie is dat niet alle homomannen anale seks hebben, terwijl anale seks onder jongeren is toegenomen. Een ander belangrijk onderscheid is dat tussen gedrag en identiteit. Homomannen en bi-seksuele mannen zijn aanspreekbaar op seks tussen mannen, maar daarnaast zijn er heteroseksuele mannen die wel het gedrag vertonen, maar er niet op aanspreekbaar zijn. Daarom is het belangrijk om naast doelgroepspecifieke activiteiten ook te blijven investeren in algemene publieksvoorlichting.
Diversiteit en dynamiek binnen doelgroepen
Binnen doelgroepen is er meestal geen sprake van eenvormigheid. Verschillen in gender, leeftijd, levensfase en sociaal economische status beďnvloeden gedrag. Binnen groepen zoals jongeren en homomannen zijn er vaak specifieke subgroepen of subculturen aan te wijzen, die ieder op hun eigen wijze aangesproken willen worden. Er is ook altijd sprake van toestroom en uitstroom in groepen. Jaarlijks worden 200.000 jongeren seksueel actief, zet een onbekend aantal jonge homomannen de eerste stappen in de homo-scene en keert een onbekend aantal heteroseksuele mannen en vrouwen na een scheiding weer terug op de seks- en relatiemarkt. Maar ook migratiepatronen zorgen voor toe- en uitstroom. Daarom moet telkens geďnvesteerd worden in nieuwe generaties.
Veranderbaarheid binnen doelgroepen
Binnen een doelgroep zijn er verschillen in wat mensen nodig hebben om hun gedrag te veranderen en dat vervolgens vol te kunnen houden. Voor sommigen is educatie voldoende, anderen hebben de steun van een norm in hun sociale omgeving nodig en weer anderen moeten vooral oefenen met vaardigheden. Dat betekent dat preventie steeds intensiever moet investeren om tot een verbreding van gedragsverandering te kunnen komen. Daarbij zal steeds meer gewerkt moeten worden met maatwerk. Het is goed te realiseren dat er grenzen zijn aan de veranderbaarheid van individuen. Dat kan aan hun omgeving liggen of aan sociaal-psychologische kenmerken van het individu zelf. Mensen in een afhankelijkheidsrelatie kunnen zich vaak niet veroorloven individuele keuzes te maken. Een bewuste keus is nodig over hoe ver je wilt gaan met een investering in maatwerk en wat dit oplevert voor de preventie van soa en hiv.