 |
Met welke vragen zitten patienten vaak als het gaat om soa en hiv?
We hebben een redelijk beeld van wat patienten voor een vragen hebben over soa en hiv. Vaak wordt de aids soa infolijn voor dergelijke vragen geraadpleegd. De meest voorkomende vragen zijn te vinden in de faq-lijst van de Aids Soa Infolijn |
 |
Hoe betrouwbaar zijn thuistesten (zelftesten) van de drogist of van internet?
Soa doe-het-zelftests, zijn tests die de consument zelf zonder tussenkomst van een arts of laboratorium thuis kan uitvoeren.
Via internet, maar ook via drogisten, worden allerlei soa-testen aangeboden. De kwaliteit van deze testen blijkt op dit moment nog erg laag, zowel wat betreft de kwaliteit van deze testen als de informatievoorziening (counseling) rondom het testen.
Soa Aids Nederland ontraadt voorlopig het gebruik van de huidige soa doe-het-zelftests en adviseert om soa-onderzoek vooralsnog via de reguliere kanalen (soa-polikliniek of huisarts) te laten verrichten. De kwaliteit is daarmee beter geborgd.
Toekomstige ontwikkelingen Ook als er binnenkort een hiv-zelftest van goede kwaliteit op de markt komt, blijven er vragen over de indicatie tot testen en de informatievoorziening rondom het testen (counseling), die onderzocht zullen moeten worden.
Uitgebreide informatie op:
|
 |
Welk onderzoek op soa is zinvol voor een patiënt zonder specifieke klachten?
Uitgebreide informatie
Asymptomatische en/of subklinisch verloop van soa komt veelvuldig voor. Onderzoek op soa hangt af van de seksuele risicoanamnese en de prevalentie van de betreffende soa in de seksuele netwerken van de cliënt.
Chlamydia is de meest prevalente soa in Nederland. Naast onderzoek op Chlamydia trachomatis-infectie kan in het kader van het actief testbeleid een breder soa-‘screeningspakket’ worden afgenomen: Gonorroe, Syfilis, Hiv en Hepatitis B en op indicatie Trichomonas en Herpes. Met name indien onveilige sekscontacten hebben plaatsgevonden in groepen met verhoogde soa-prevalenties. Een soa ‘check-up’ biedt geen inzicht in het al dan niet bestaan van asymptomatische HSV/HPV infecties.
Een ‘negatieve’ soa-check-up is geen vrijbrief voor onveilige seks. Aangezien een soa-test meestal gevraagd wordt na onveilige seks is dit een aangewezen moment om motivatie en barričres rondom ‘veilig vrijen’ te bespreken. Indien een soa gevonden wordt, dient voorlichting en partner(s)waarschuwing integraal onderdeel van het consult te zijn.
Meer informatie over actief testbeleid |
 |
Hoe hoog is de besmettingkans van hiv bij orale seks?
Uitgebreide informatie
Orale seks waarbij sperma of (menstruatie) bloed van een hiv-geďnfecteerde partner in de mond komt is onveilig. Bij orale sex zonder dat semen of (menstruatie)bloed in de mond komt, is de kans op overdracht van hiv (verwaarloosbaar) klein.
Wel kunnen andere soa worden opgelopen. Condooms (met of zonder smaak) en/of beflapjes kunnen worden gebruikt om dit risico bij orale seks verder te minimaliseren. Het volledig uitsluiten van soa-overdracht (bv HSV/HPV) bij (orale) seks is onmogelijk. Meer informatie:
|
 |
Hoe kunnen de antibiotica-injecties voor syfilis minder pijnlijk worden gemaakt?
Door het antibioticum op te lossen in Xylocaine 2% voor injectie.
|
 |
Wie neemt het initiatief tot partnerwaarschuwing?
Partnerwaarschuwing behoort tot het takenpakket van de huisarts. Het kan echter overgedragen worden aan de sociaal verpleegkundige van de GGD. Maar het initiatief hiertoe vindt plaats op verzoek van de huisarts. Meer informatie LCI Draaiboek Partnerwaarschuwing
|
 |
In welke groep vrouwen komt chlamydia het meest voor: 15-25 jaar of 25-35 jaar?
Bij 15-25 jaar.
|
 |
Hoe groot is de kans op onvruchtbaarheid na een eenmalige PID-episode?
Ongeveer 10%. Na een nieuwe episode verdubbelt de kans.
|
 |
Hoe vaak wordt epididymitis bij de gemiddelde patiënt veroorzaakt door een soa?
Uitgebreide informatie
Een epididymitis op jonge leeftijd wordt vaak veroorzaakt door soa, zonder dat er urethritisklachten hoeven te zijn. Een goede seksuele risicoanamnese is gewenst. Bij verdenking op een seksueel verkregen infectie dient onderzoek op soa-pathogenen Chlamydia en Gonorroe plaats te vinden. Indien de risico-anamnese daartoe aanleiding geeft, kan in het kader van het actief testbeleid ook op andere soa worden gescreend. |