Meestgestelde vragen over soa/hiv-beleid.
 |
Wat zijn de uitgangspunten van het Nederlandse soa/hiv-bestrijdingsbeleid?
De uitgangspunten van het Nederlandse soa/hiv-bestrijdingsbeleid zijn:
- Respect voor de mensenrechten van mensen met en
zonder hiv, aids of andere soa. Daarom wordt bijvoorbeeld niet verplicht op hiv getest.
- Pragmatische aanpak.
De bestrijding van hiv en andere soa is gebaseerd op epidemiologische feiten. Moralisme speelt geen rol. Daarom wordt niet gepleit voor onthouding en monogamie, maar voor veilig vrijen: een pragmatische manier om de grootste risico's effectief te voorkomen.
- Doelstelling van preventie is veilig gedrag.
Met name omdat individuele keuzes niet alleen effect hebben op individuele gezondheid, maar ook op de volksgezondheid.
- Vrijwillige medewerking.
Seksueel contact vindt veelal in afzondering plaats. Dwang en sancties zijn dan geen optie, bijvoorbeeld omdat mensen 'ondergronds' gaan en niet meer bereikbaar zijn voor preventie en behandeling.
- Preventie van hiv wordt gecombineerd met die van
andere soa.
Het is niet vanzelfsprekend dat deze uitgangspunten door alle betrokkenen worden gehanteerd. Er zijn ontwikkelingen en incidenten die indruisen tegen deze uitgangspunten. |
 |
Hoe is de soa/hiv-bestrijding in Nederland georganiseerd?
De landelijke overheid zorgt voor de landelijke infrastructuur en de randvoorwaarden. De taken van gemeenten zijn:
- surveillance
- Infectieziektenwet/verwerking meldingen
- beleidsadvisering
- preventie
- bron- en contactopsporing/screening, onderzoek en
partnerwaarschuwing
- regie- en netwerk
- vangnet
- outbreakmanagement
- onderzoek
GGD'en voeren in opdracht van hun gemeenten de openbare gezondheidszorg uit voor alle inwoners van Nederland. De regionale uitvoering van de infectieziektebestrijding verloopt volgens allerlei verschillende regelingen; ook is de organisatie van de laagdrempelige poliklinieken lokaal verschillend. Daarom is er op dit moment geen uniforme laagdrempelige soa-zorg landelijk beschikbaar.
Kenmerkend voor de bestrijding van hiv en andere soa in Nederland is dat de overheid niet het voortouw neemt. De uitgangspunten voor de bestrijding van hiv en andere soa worden door professionals in de bestrijding ontwikkeld; de overheid formaliseert ze vervolgens. Deze traditie lijkt te worden doorbroken. Sinds 2004 neemt de minister van VWS de regie meer in handen. Hij heeft bijvoorbeeld besloten tot het opzetten van een nieuw systeem van soa-poliklinieken en tot de oprichting in 2005 van het Centrum voor Infectieziekten. De taken van het Centrum voor Infectieziekten, dat onder het RIVM zal vallen, zijn: bundeling van kennis van infectieziektebestrijding, communicatie namens de rijksoverheid, ondersteuning van beroepsbeoefenaren en centrale aansturing bij volksgezondheidsdreiging.
Soa Aids Nederland is een centrale speler bij de bestrijding van hiv en andere soa. De missie van Soa Aids Nederland is om de verspreiding van hiv en andere soa tegen te gaan, de kwaliteit en slagkracht van de nationale en internationale bestrijding van hiv en andere soa te bevorderen en mensen met hiv en andere soa te ondersteunen. Het Aids Fonds mobiliseert sinds 1985 de samenleving voor de nationale en internationale strijd tegen hiv/aids. Het Platform soa en seksuele gezondheid heeft als doel het ontwikkelen van een totaalvisie op preventie, afstemming met curatie, praktijk, wetenschap, beleid en uitvoering. Andere belangrijke organisaties zijn: Hiv Vereniging Nederland (belangenorganisatie van mensen met hiv), Schorerstichting (landelijk kenniscentrum van gezondheidszorg voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen), NIGZ (dat zich richt op allochtonen en jongeren), Rutgers Nisso Groep (die zich richt op jongeren), AFAPAC (de organisatie van Afrikanen die zich richt op preventie en zorg rondom hiv en andere soa), Mainline en het Trimbos-instituut (die zich richten op druggebruikers) en het RIVM (surveillance). |
 |
Door wie wordt de Nederlandse soa/hiv-bestrijding gefinancierd?
Hiv en andere soa zorgen voor een bescheiden aandeel in de kosten van de gezondheidszorg: in 1999 0,04% voor hiv en aids en 0,07% voor overige soa. Dit is inclusief alle uitgaven voor collectieve preventie. Ook in vergelijking met de kosten van andere ziekten veroorzaakt Mensen door exogene risicofactoren, zijn de kosten beperkt. De kosten van hiv en andere soa waren in 1999 bijvoorbeeld gelijk aan 8% van de kosten veroorzaakt door roken en 29% van de kosten door onvoldoende groente en/of fruit. De belangrijkste Nederlandse financieringsbronnen van de bestrijding van hiv en andere soa zijn:
- Het ministerie van VWS, dat instellings- en programmasubsidies geeft.
- Intermediaire organisaties zoals ZonMw, die overheidsmiddelen besteden aan innovatieve projecten, onderzoek en uitvoering.
- Zorgverzekeringen.
- Gemeenten, die de activiteiten van GGD'en financieren.
- Burgers die belasting en ziektekostenpremies betalen en bijdragen aan het Aids Fonds en STOP AIDS NOW!
|
 |
Welke (inter)nationale kaders zijn relevant voor de Nederlandse soa/hiv-bestrijding?
Het beleid met betrekking tot hiv en andere soa wordt ingevuld door professionals; de randvoorwaarden voor die invulling worden bepaald door verschillende kaders. Mondiaal zijn er internationale verklaringen en overeenkomsten; sommige zijn verplichtend, andere meer vrijblijvend. De belangrijkste zijn het 6e UN Millennium Development Goal, dat oproept tot het stoppen van de verspreiding van hiv/aids en malaria, en de Verklaring van Commitment bij hiv/aids, geformuleerd tijdens de bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over hiv en aids (UNGASS). Verder zijn er richtlijnen van bijvoorbeeld UNAIDS, WHO en ILO. Het Verdrag van Dublin, waarbij 55 Europese en Centraal-Aziatische staten de intentie uitspraken om hiv en aids actief te bestrijden, vormt een belangrijk Europees kader. De infectieziektenwet, de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid en de Wet op Bijzondere Medische Verrichtingen vormen belangrijke wettelijke kaders op het terrein van hiv en andere soa. Beroepsorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Aids Behandelaren en de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie formuleren zelf behandelingsrichtlijnen voor de beroepsgroepen. De curatieve soa-hiv-richtlijnen zijn de laatste jaren geactualiseerd. Ten slotte zijn er normen voor de externe toetsing van kwaliteitsmanagmentsystemen in de infectieziektebestrijding.
|
 |
Hoe staat het met hiv/aids/soa onderzoek in Nederland?
Er is in Nederland een omvangrijke kennisinfrastructuur voor onderzoek naar hiv en aids. Naar andere soa wordt veel minder structureel onderzoek verricht. Universiteiten spelen een belangrijke rol bij onderzoek. Het onderzoek op het gebied van hiv en aids loopt uiteen van klinisch onderzoek, dat zich richt op het ziektebeloop, de behandeling, eventuele bijwerkingen en bijkomende infecties, tot gedragswetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksprestaties zijn uitstekend: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen concludeerde bijvoorbeeld dat aidsonderzoek hét voorbeeld is van hoe onderzoeksbevindingen in zeer korte tijd kunnen leiden tot toepassingen in de praktijk en een dramatische daling van ziekte en sterfte. In Nederland wordt niet alleen onderzoek verricht dat voor Nederland relevant is, maar ook onderzoek gericht op (de gevolgen van) de mondiale aidsepidemie.
|
 |
Hoe staat het met internationale samenwerking in de soa/hiv-bestrijding?
Bij de bestrijding van hiv en andere soa worden ervaringen uitgewisseld met andere landen en waar mogelijk en zinvol de krachten gebundeld. Nederland heeft zich op een aantal concrete terreinen laten inspireren door buitenlandse voorbeelden en andere landen hebben Nederlandse initiatieven overgenomen. Bij de Nederlandse bijdrage aan de mondiale aidsbestrijding speelt het ministerie van Buitenlandse Zaken een belangrijke rol, met name in Sub-Sahara-Afrika. Dit ministerie verdubbelt de komende jaren zijn financiële inspanning. Er zijn enkele internationale netwerken die van groot gewicht zijn bij de mondiale bestrijding van hiv en andere soa, waarvan een aantal door Nederlandse organisaties is geïnitieerd.
|
|
|
|