Disclaimer/Colofon info@soaids.nl
SOA AIDS publiekssite
Zoeken op de site Ga naar de sitemap SOA AIDS in english
SOA AIDS homepage
Epidemiologie
Producten en bestellingen
SekSoa Magazine
Soa Aids Magazin
Online bibliotheek, documenten en belangrijke site
 
Home < Epidemiologie < Toelichting cijfers per soa

Toelichting cijfers per soa


Chlamydia
Chlamydia is de meest voorkomende bacteriele soa in Nederland; op basis van een in 2004 afgerond landelijk screeningsonderzoek wordt het jaarlijkse aantal nieuwe infecties geschat op 60.000. De prevalentie onder 15- tot 29-jarigen in grote steden is 3,2% en in dunbevolkte gebieden 0,6% (Van Bergen, 2005).

Inmiddels is een grootschalig bevolkingsonderzoek naar chlamydia onder jongeren afgerond. Tijdens de eerste ronde bleek dat gemiddeld 4,2% van de deelnemers (16 - 29 jaar) een chlamydia infectie had. Een verhoogd risico bleken jongeren onder de 20 jaar te hebben (7,3%), alsmede deelnemers met een Antilliaans/Arubaanse of Surinaamse achtergrond (respectievelijk 9,8% en 8,2%) (zie ook factsheet chlamydia 2010).

Tabel chlamydia cijfers CSI

Chlamydia cijfers van de soa-polikliniek
In 2010 nam het absolute aantal gevallen van chlamydia met 18% toe tot 11.526. Het percentage positieve chlamydia testen was ten opzichte van 2009 licht gestegen. Bij heteromannen van 10,8% naar 11.3%, bij vrouwen van 10,6% naar 11.1% en bij MSM van 9,9% naar 10.3%. Het hoogste percentage positieve testen werd gevonden bij jonge heteroseksuelen (<25 jaar) 14,1% (RIVM Thermometer, 2011).

Lymfogranuloma venereum (LGV)
In 2004 werd een beperkte uitbraak vastgesteld met name onder hiv-positieve homomannen in hoog seksueel actieve netwerken. In de daarop volgende jaren werden er onder MSM respectievelijk 38 (2005), 43 (2006), 69 (2007) en 100 (2008) infecties gevonden. Vanaf 2009 daalde het aantal diagnoses van LGV van 84 in 2009 naar 66 in 2010 (RIVM Thermometer, 2011 . RIVM rapoort 2011). Alle LGV diagnoses werden gesteld bij MSM waarvan 74% bekend hiv positief. Gezien het feit dat er aanhoudend nieuwe gevallen van LGV gevonden worden, wordt LGV inmiddels een endemische infectie genoemd voor deze specifieke hoogrisicogroep.


Gonorroe
Het totaal aantal gonorroe-infecties in Nederland wordt benaderd door de via de huisarts en die via de soa-polikliniek gevonden gevallen bij elkaar op te tellen. Het aantal gonorroe gevallen dat door de huisarts gezien wordt is ongeveer 20,3 per 100.000 inwoners van Nederland.

Gonorroe cijfers van de soa-polikliniek
Het aantal opgespoorde nieuwe infecties met gonorroe via de soa-registratie van de GGD-en steeg in 2010 met 16% tot 2.815. Na een stijging van het percentage positieve testen bij MSM, is dit percentage in 2-1- met 8% weer gestabiliseerd. Bij heteroseksuele mannen en vrouwen bleef het percentage positieve testen ongeveer gelijk (repectievelijk 1,6% en 1,3%). De stijging in aantal infecties kan grotendeels worden toegeschreven aan een stijding van 15% bij MSM tot 1.614. Het aantal orale gonorroe infecties bij MSM is in 2010 opnieuw sterk toegenomen van 651 in 2009 naar 820 in 2010 (+26%). (RIVM Thermometer, 2011 / RIVM rapport 2011)

Van de gerapporteerde mensen met gonorroe had 28% ook een infectie met chlamydia en 2% een co-infectie met syfilis (RIVM, 2009).

Syfilis
In de huisartsenregistraties wordt syfilis amper teruggevonden. Via de soa-registratie van de GGD-en werd syfilis (stadium I, II en latens recens) in 2010 502 keer gevonden. Het percentage positieve testen onder MSM liet een daling zien (van 4,0% naar 2,3% in 2010). De dalende trend van de afgelopen jaren zet zich voort, zowel in absolute als in percentage positieve testen (RIVM Thermometer, 2011 / RIVM rapport 2011).

In 2008 was 37% (N=210) van de mensen met syfilis ook hiv-positief, waarvan 173 (82%) bekend positief was. Cijfers uit 2010 hierover ontbreken, wel werd bij 13 personen met syfillus hiv gediagnosticeerd. Veertien procent van de mensen met een syfilis diagnose had ook een chlamydia infectie en 11% had een co-infectie met gonorroe (RIVM rapport 2011).


Genitale wratten

Het aantal nieuwe gevallen van genitale wratten, veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus (HPV type 6 en 11) is onbekend.
Uit registraties is niet duidelijk of het nieuwe wratten betreft of een recidief.

15.000 mensen met genitale wratten bezocht hun huisarts (Van den Broek, 2008). In 2001 bezochten zo’n 10.000 mensen met genitale wratten de huisarts (Van Bergen, 2006). Uit de huisartssurveillance blijken er 137,5 per 100.000 gevallen van genitale wratten geregistreerd te zijn. Via de soa-registratie van de GGD-en werden in 2010 2.726 gevallen vastgesteld (RIVM rapport 2011).


Herpes genitalis

Over het aantal nieuwe infecties met de virale soa herpes genitalis bestaan geen goede cijfers omdat uit de registraties niet altijd duidelijk is of het een eerste, nieuwe infectie betreft of een recidief.

10.000 mensen met genitale herpes infectie bezocht hun huisarts. (Van den Broek, 2008). In 2001 bezochten zo’n 7.000 mensen met herpes genitalis de huisarts (Van Bergen, 2006). Uit de huisartssurveillance blijken er 73,8 per 100.000 gevallen van genitale herpes geregistreerd te zijn. Via de soa-registratie van de GGD-en werden in 2010 691 gevallen van primaire genitale herpes-infectie vastgesteld (RIVM rapport 2011).

Hepatitis B en C

Hepatitis B
Naar schatting is 0,5% van de Nederlandse bevolking drager van hepatitis B (Nationaal Hepatitis Centrum). In totaal werden in 2010 1.729 meldingen van hepatitis B gedaan. Hiervan betrof 88% een chronische infectie, 10% acuut en bij 2% was de aard van de infectie onbekend. Het aantal geregistreerde gevallen van acute hepatitis B infectie in 2010 bedraagt 179 (een afname van 14% ten opzichte van 2009). De incidentie van acute hepatitis B infectie in 2006 is 1,3 per 100.000 inwoners (man 2,1 en vrouw 0,6).

Hepatitis B infectie is een meldingsplichtige ziekte groep B (LCI-richtlijn Hepatitis). Het totaal aantal meldingen voor Hepatitis B bedraagt (1.545 in 2000, 1.842 in 2005, 1.804 in 2006, 1.763 om 2008 en 1.918 in 2009).

Hepatitis C
Naar schatting is 0,1% - 0,4% van de Nederlandse bevolking drager van hepatitis C (Van Hattum, 2002). Het aantal geregistreerde acute hepatitis C infecties bedroeg in de afgelopen jaren respectievelijk 30 (2006), 46 (2007), 30 (2008), 48 (2009) en 27 (2010). Met name onder MSM is seksueel contact de meest voorkomende transmissieroute van hepatitis C.

Hiv
In Nederland zijn per juni 2011 18.735 mensen met hiv geregistreerd (SHM 2011). Hiv-screening onder zwangere vrouwen in Amsterdam liet een hiv-prevalentie zien van 0,17% (24/14.381) (RIVM, 2007). Het totaal aantal mensen met hiv in Nederland bedraagt naar schatting zo rond de 24.000. Ongeveer 40% van de hiv-besmette mensen weet niet dat zij de ziekte hebben.


In 2009 zijn er 1.252 nieuwe hiv-diagnoses gesteld. Van alle nieuwe hiv-diagnoses in 2009 werd 66% vastgesteld bij mannen met homoseksuele contacten.

Hiv cijfers van de soa-polikliniek
In 2010 is op alle soa poliklinieken opting out voor hiv ingevoerd. Dit leidde ertoe dat 97% van alle bezoekers van de soa-polikliniek werd getest op hiv. Het aantal positief geteste mensen voor hiv op de GGD-soa poliklinieken was 375. Onder MSM was er in een lichte daling in het vindpercentage van 2.4% in 2009 naar 2.0% in 2010. Bij heterosexuele mannen en bij vrouwen bleef het vindpercentage 0,1%.


Meer informatie over soa en hiv



^^


Printversie

Navigeren in deze pagina
Chlamydia
LGV
Gonorroe
Syfilis
Genitale wratten
Herpes genitalis
Hepatitis B en C
Hiv
Meer informatie





terug

















terug















terug
















terug


















terug


















terug





















terug


















terug





















terug


If you were HIV-positive, would you lose your job?