Geschatte landelijke soa-cijfers
- Jaarlijks vinden zo’n 172.000 soa-consulten plaats bij de huisarts en ruim 113.000 soa-consulten op GGD-soa- poliklinieken
- Elk jaar zijn er naar schatting 60.000 nieuwe chlamydia- infecties, waarvan slechts een minderheid wordt gediagnosticeerd
- Ongeveer 15.000 personen bezoeken per jaar hun huisarts in verband met genitale wratten
- Ongeveer 10.000 personen bezoeken per jaar hun huisarts in verband met herpes genitalis
Noot: Soa's worden door een scala aan medische hulpverleners gediagnosticeerd (bv via soa-polikliniek, huisarts, dermatoloog, gynaecoloog). Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van de soa's nooit vastgesteld. Voor een benadering van de totale prevalentie van soa- infecties in Nederland dienen de cijfers verkregen bij huisartsen en GGD-soa-poliklinieken bij elkaar opgeteld te worden. Er is meer onderzoek en samenhang tussen de verschillende surveillancesystemen nodig om een compleet plaatje van soa-cijfers in Nederland te kunnen weergeven.
Soa jaarcijfers GGD-soa-poliklinieken 2009 - 2011
Dit zijn de meest recente cijfers, zoals beschreven in het RIVM rapport 2012.
|
Aantal nieuwe diagnoses via GGD soa-poliklinieken |
|
2011
| 2010
| 2009 |
| Chlamydia |
12.913 |
11.526 |
9.771 |
| LGV |
69 |
66 |
84 |
| Gonorroe |
3.575 |
2.815 |
2.422 |
| Syfilis |
476 |
500 |
512 |
Hepatitis B (acute infectie) |
151 |
195 |
198 |
Hepatitis C (acute infectie) |
62 |
27 |
48 |
| Genitale wratten |
2.380 |
2.726 |
2.729 |
| Primaire herpes genitalis |
602 |
691 |
651 |
Soa-jaarcijfers huisartsen (2010)
Hieronder staan de geschatte cijfers over soa's vastgesteld bij de huisartsen. De cijfers komen vanuit een surveillancesysteem van de huisartsen (LINH) en zijn gerapporteerd in het RIVM rapport 2012. (Sexually transmitted infections, including hiv, in the Netherlands in 2011).
Chlamydia:174,5 per 100.000 [95% BI: 141,8 - 216,5]
Gonorroe: 15,6 per 100.000 [95% BI: 10,0 - 24,3]
Genitale wratten: 121,7 per 100.000 [95% BI: 98,4 - 151,9]
Herpes genitalis: 64,8 per 100.000 [95% BI: 50,8 - 83,4]
BI = betrouwbaarheidsinterval
per 100.000 = per 100.000 personen
Hiv-cijfers
Dit zijn de meest recente cijfers, zoals beschreven in het wetenschappelijke rapportage (2012) van Stichting Hiv Monitoring. Het geschatte aantal mensen in Nederland dat leeft met hiv is afkomstig van berekeningen van het RIVM (2010). De cijfers hieronder
|
Aantallen / percentages |
| Gemiddeld aantal nieuwe hiv-infecties per jaar |
1.100 |
| Aantal nieuwe hiv-registraties 2011 |
1.067 |
| Aantal geregistreerde hiv-patiënten medio 2012 (inclusief sterfte en loss to follow up) |
19.985 |
| Aantal mensen met hiv die in zorg zijn in een van de 25 hiv-behandelcentra medio 2012 (met of zonder behandeling) |
16.169 |
| Aantal mensen met hiv die hiv-remmers (HAART) gebruiken medio 2012 |
13.924 |
| Aantal sterfgevallen onder mensen met hiv in 2010 |
121 |
| Aantal nieuwe aidsdiagnoses per jaar 1998 - 2010 |
tussen 230 en 250 per jaar |
| Aandeel MSM onder mensen met hiv |
60% |
| Geschat aantal mensen met een hiv-infectie in Nederland |
25.000 |
|
|
|
|
|
|
|
Bij ongeveer de helft van de geschatte populatie van mensen met hiv in Nederland wordt het virus succesvol onderdrukt met hiv-remmers. Het merendeel van de mensen bij wie het virus niet onderdrukt wordt zit in de groep mensen bij wie de diagnose hiv nog niet is gesteld en die daarom (nog) niet weten dat ze hiv hebben. Het is belangrijk om deze groep te vinden.

Figuur 1. "Behandelingscascade van zorg". De huidige situatie in Nederland medio 2012 (uit de Nederlandse samenvatting bij het Monitoring report 2012: Human immunodeficiency Virus Infection in the Netherlands)
Leeftijd en hiv
De gemiddelde leeftijd van de mensen bij wie hiv wordt vastgesteld stijgt met de jaren. In 1996 was de gemiddelde leeftijd bij diagnose 37 jaar, in 2011 was dat 40 jaar. Ook het aandeel 50-plussers waarbij de diagnose hiv wordt vastgesteld stijgt. Dit was 20 procent in 2011 tegenover 14 procent in de periode van 1996 tot en met 2011.
In de groep MSM neemt het aandeel nieuwe diagnoses in de leeftijdscategorie 25 tot en met 55 geleidelijk af. Daarentegen stijgt het aantal hiv-diagnoses in de jongere groep onder de 25 jaar en in de oudere groep boven de 55 jaar.

Figuur 2. Leeftijdsverdeling bij diagnose onder hiv-geïnfecteerde mannen die seks hebben met mannen (A) en heteroseksuele mannen en vrouwen (B). Uit: Monitoring report 2012: Human Immunodeficiency Virus Infection in the Netherlands
Meer informatie: