Mannen die seks hebben met mannen (MSM)
Van alle soa-polikliniek bezoekers behoort 17,5% tot de groep mannen die seks hebben met mannen. Met een percentage positieve testen van zo’n 20% zijn MSM de belangrijkste risicogroep voor soa en hiv. Ook wordt bij deze groep het vaakst een dubbelinfectie gezien (meestal chlamydia en gonorroe). 44% van het aantal dubbelinfecties wordt bij deze groep gevonden (promotie M. van Veen, 2010).
Transmissie van hiv via MSM- contact is in Nederland de meest voorkomende verspreidingsroute. Van het totaal aantal hiv-diagnoses in 2009, werd de diagnose in 79% van de gevallen bij MSM gesteld. Ook syfilis wordt vooral onder MSM gevonden. 89% van het aantal syfilis diagnoses wordt gesteld bij deze groep. In 2009 werd 58% van het totaal aantal gonorroe- diagnoses vastgesteld onder MSM.
Voor meer informatie ga naar www.schorer.nl
Jongeren
Ongeveer 40% van de bezoekers van de GGD-soa poliklinieken zijn jongeren onder de 25 jaar (RIVM, 2010). Jongeren lopen relatief gezien een grote kans op het oplopen van soa. Vooral chlamydia, en in mindere mate gonorroe, wordt onder deze groep veel gezien. Van de jonge soa- polikliniek bezoekers van 15-19 jaar wordt bij 15,3% van de heteroseksuele jongens, en 17,3% van de meisjes een chlamydia gevonden. Voor gonorroe is dat respectievelijk 2,8 en 1,9%.
Overige soa komen onder jongeren in mindere mate voor. In 2009 werd bij 77 jongeren een nieuwe hiv infectie gediagnosticeerd (52 MSM, 18 hetero, 7 onbekend). Dit ongeveer 9,5% van het totaal aantal hiv diagnoses gesteld in 2009 (RIVM, 2010).
Etnische minderheden
Mannen en vrouwen van Surinaamse en Antilliaanse afkomst hebben meer risico op het krijgen van een soa. Deze groep vormt ongeveer 6% van de totale populatie van de GGD-soa poliklinieken in de periode 2004 - 2007 (proefschrift M. van Veen, 2010).
Chlamydia en Gonorroe
Onder jonge vrouwelijke Antilliaans- en Arubaanse bezoekers van de GGD-soa polikliniek was het aantal gevonden soa relatief het hoogst. Zo werd in 2009 bij 21,6% van de mannen en bij 15,8% van de vrouwen een chlamydia infectie gevonden. Gonorroe komt onder beide groepen relatief veel. Bij Surinaamse mannen en vrouwen, respectievelijk 5,1 en 3,0 % en bij Antilliaans/ Arubaanse mannen en vrouwen respectievelijk 5,5 en 2,2% (RIVM, 2010).
Uit de eerste resultaten van het chlamydia screeningsonderzoek (CSI) blijkt dat ook onder jongeren, die deelname aan het onderzoek, chlamydia aanzienlijk vaker voorkomt in de Surinaams en Antilliaans / Arubaanse groep (8,2 en 9,8%) (van Bergen, 2009). Opvallend is ook het hoge aantal dubbel infectie onder de Surinaams, Antilliaans en Arubaanse groep. 19% van alle dubbelinfecties komt voor onder deze groep. Het gaat hier dan hoofdzakelijk om een dubbelinfectie van chlamydia en gonorroe (promotie M. van Veen, 2010).
Voor wat betreft chlamydia wordt een relatief groot aantal infectie ook gevonden onder heteroseksuele mannen uit Noord- Afrika/ Marokko, Latijns Amerika en Oost Europa, met percentages positieve testen van respectievelijk 15,2, 17,3 en 15, 4%.
Hiv-infectie
Van de totale populatie geregistreerde hiv-geinfecteerden in Nederland is 58,7% autochtone Nederlander, 15,6% afkomstig uit Sub-Sahara Afrika en 3,8% uit het Caribische gebied (SHM, 2009). Op basis van modelberekening voor de groep heteroseksuelen zouden deze verhoudingen anders liggen. Nieuwe infectie die via heteroseksueel contact zijn overgedragen zouden in 53% van de gevallen gevonden worden bij personen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika, in 26% van de gevallen bij personen uit het Caribisch gebied en in 21% van de gevallen bij autochtone Nederlanders (van Veen, 2010). Hiv prevalenties die voor dit model gebruikt zijn, zijn afkomstig uit een eerdere studie ‘hiv survey among migrants in Amsterdam’ (2003-2004). Voor de Surinaams en Antilliaans/Arubaanse groep zou de hiv prevalentie 0,4% bedragen.
Swingers
Van swingers wordt meer en meer bekend dat ook zij een belangrijke risicogroep vormen voor het oplopen van soa. Uit onderzoek van de GGD Zuid-Limburg blijkt dat de prevalentie van chlamydia, gonorroe en chlamydia/gonorroe dubbelinfectie respectievelijk 6,4%, 4,3% en 10,4% is. Vooral de oudere swingers (> 45 jaar) blijken relatief een hogere chlamydia en gonorroe prevalentie te hebben (13,7%). Het aandeel swingers met deze infecties neemt toe met de leeftijd. Boven de 45 jaar wordt 55% van alle chlamydia en gonorroe diagnoses bij swingers gevonden, tegenover 31% bij MSM (Dukers –Muijers, 2010).
Prostituees/prostituanten
10,2% van mannelijke heteroseksuele soa- polikliniekbezoekers in 2009 heeft in de voorafgaande zes maanden een prostituee bezocht. 9,6% van alle vrouwelijke bezoekers heeft in de voorafgaande zes maanden gewerkt als prostituee.
De percentages van chlamydia infectie gevonden bij prostituees en prostituanten is respectievelijk 7,4 en 6,1 procent. Dit ligt lager dan de percentages die gevonden worden bij overige heteroseksuele mannen en vrouwen die de soa poli bezoeken. Dit in tegenstelling tot het aantal gevonden gonorroe en syfilis onder deze groep. 19%van alle gonorroe infecties en 21,4% van alle syfilis infecties bij vrouwen werden gediagnosticeerd bij prostituees.
Het algemene soa vindpercentage gediagnosticeerd op de GGD-soa poliklinieken was voor prostituees 10% en voor de mannelijke cliënten 9%. Dit in vergelijking met het algemeen vindpercentage van soa op de GGD-soa poliklinieken van 13%. 0,2% van de sekswerkers (RIVM, 2010).
Uit peilingen onder prostituees in Rotterdam en Amsterdam in 2002/2003 bleek de hiv- prevalentie 7% te zijn, en sterk te verschillen naar werkomgeving. Op de tippelzone in Rotterdam was de prevalentie 12% en in clubs 2%. In 2005 werd bij een hiv survey in Den Haag bij vrouwelijke prostituees geen enkele hiv-infectie gediagnosticeerd. De prevalentie van hiv onder verslaafde prostituees is volgens de cijfers in 2005 duidelijk hoger (11-22%) dan onder niet-verslaafde prostituees. De prevalentie van hiv onder transgender prostituees is met 17 tot 20% zeer hoog (RIVM, 2006).
Meer informatie over soa en hiv:
- van Veen MG. HIV & SIT epidemiology in high-risk populations in the Netherlands. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam; 2010.
- Dukers-Muijrers NH, Niekamp AM, Brouwers EE, Hoebe CJ. Older and swinging; need to identify hidden and emerging risk groups at STI clinics. Sex Transm Infect. Jun 24.
- van Bergen JEAM, van den Broek IVF, Brouwers EEHG, de Feijter EM, Fennema JSA, Götz HM, et al. Chlamydia Screening 2008-2010; resultaten eerste ronde. 2009 (geciteerd 22 juni 2010).
- RIVM rapport, 2010: Sexually transmitted infections including HIV, in the Netherlands in 2009
- Stichting Hiv Monitoring report 2009: Monitoring of human immunodeficiency virus (HIV) infection in the Netherlands
- Schorer Monitor 2009